6 Trainerstips die je niet uit een boekje leert (deel 1)

trainerstips

Ongeacht welke opleiding je hebt gedaan: in de praktijk kom je altijd achter dat je de meest waardevolle tips nooit in je schoolboekje hebben gestaan. Als trainer in de fitness is dat niet veel anders. Het leek me daarom zinvol om deze tips te noteren in een blog, zodat je er niet the hard way achter hoeft te komen.

1. Pas je jargon aan op je cliënt

Helaas: ondanks haar twee volle weken sportervaring heeft Corrie (65) geen idee dat de lange rugspier “de lats” genoemd worden. Pas je jargon altijd een beetje aan op het individu, zodat iedereen begrijpt wat je zegt.

Wanneer je zelf over veel informatie beschikt, vergeet je soms hoe weinig andere mensen weten. Die bodemloze put van alwetende kennis moet je daarom soms reduceren tot de meest kinderachtige zinnetjes.

Andersom geldt dat natuurlijk ook, wanneer iemand wél over enige kennis beschikt. Aspirant bodybuilder Patricio (23) wil gewoon het woord ‘biceps’ horen, in plaats van ‘spierbal’.

2. Observeer op fatsoenlijke posities

Als trainer kun je het beste op posities staan waar je de meeste informatie uit de houding haalt. Bij een squat is dit bijvoorbeeld aan de zijkant (om de stand van de rug te checken) en de voorzijde (om de knieën te checken). Of aan de achterkant om haar ASS te checken! Dat laatste is dus niet de bedoeling, viespeuk. Je hebt letterlijk niks te zoeken daar. Scheer je weg.

Probeer jezelf niet in posities te begeven die de cliënt ongemakkelijk kunnen laten voelen. Dus niet recht tegenover haar gaan staan op het abductorapparaat. Je bent geen gynaecoloog.

3. Hou je handen bij je

Trainers die denken een plank te moeten uitleggen door de heup met de handen te draaien….

Of de core uit te leggen door de hand op de buik te leggen, de squat ongevraagd te spotten met de armen om de middel, de bekkenbodemspier uitleggen door iemands broek uit te doen, een rubberen handschoen te pakken en…

You get the point.

Vooral als het het geslacht betreft waar je op valt: doe maar gewoon niet. Zelf heb ik het nog nooit hoeven doen – afgezien van de vingertoppen tussen de schouderbladen om retractie te leren voelen.

Mocht je eens in de situatie komen waarin aanraking toch de beste methode is: geef even een seintje en vraag om toestemming.

4. Ruik fris

Je staat een uur lang in de buurt van iemand. Het minste wat je kunt doen is met een Smintje de geur uit je giechel van die boerenomelet verhullen. Of halverwege de dag je oksels van wat Dove voorzien (of andere alternatieven, behalve Axe). Niemand wil geld betalen om een uur in de intense zweetdampen van een trainer door te brengen.

Trainen is immers fysiek al zwaar genoeg. Dat hoeft niet óók een olfactorische lijdensweg te worden.

5. Durf “ik weet het niet” te zeggen

Een gedurfde, maar ontzettend waardevolle zin:

Ik weet het niet.

Je kunt als trainer namelijk niet alles weten, ondanks al je opleidingen en papiertjes. En zelfs niet na het lezen van mijn blog.

Zeg dus eerlijk dat je geen idee hebt als je cliënt je eens vraagt hoe de citroenzuurcyclus precies werkt of hoe hij verlost raakt van de pijn in zijn meniscus. De waarheid vertellen is belangrijker dan geen gezichtsverlies lijden (waar ik hierrr al uitgebreid over schreef).

6. Hou je problemen voor je

Heb je je kat gisteren laten inslapen? Probeer die informatie nog even te bewaren tot je na je werk je moeder kunt bellen.

Mensen betalen niet om verhalen te horen over je echtscheiding, je slechte nachtrust of dat je lichaam niet reageert op de antibiotica voor je chlamydia. Mensen betalen om geholpen te worden, niet om je te helpen.

Tot zover deel 1! Binnenkort meer!

Op zoek naar een trainer? Vraag hierrr een gratis intake aan!